Tai Wu, Rotterdam

Het opvallende eraan is dat het om een pastel gaat. Onder begeleiding maakt u een 1 uur durende uitgebreide ondergrondse wandeling in de wijdvertakte grotten. Mooie reis, afwisselende excursies, goede chauffeur, reis is aan te bevelen TheoScheers Lees de hele ervaring. Het ligt op ongeveer 12 kilometer van het Krugerpark. De Drakensbergen lenen zich uitstekend voor langere of kortere wandeltochten, paardrijtochten of ritjes met een quad optioneel.

Cookie instellingen

Merkonafhankelijk, creatief, veelzijdig en flexibel

Exclusief Vorige edities Exclusief Exclusieve cadeaus. Recepten Nacho's met pulled pork Mexican tortilla soep Burrito bowl Alle recepten. Formules Plaza food for all Big Snack. Verantwoorde kantine Lekker Bezig Gezonde schoolkantine. Het KvK-nummer vindt u linksboven op uw uitreksel van de Kamer van Koophandel. Het KvK-vestigingsnummer vindt u op uw uitreksel van de Kamer van Koophandel bij het onderdeel "Vestiging".

Deze informatie kan ons helpen om gerichter acties en actualiteiten naar u te communiceren. U profiteert hierdoor mogelijk van meer acties die voor u extra interessant zijn. Wij versturen uw klantenkaart altijd naar dit adres.

Voor verdere correspondentie zoals onze folder kunt u in stap 2 een afwijkend adres opgeven. Gevestigd in het buitenland? Meld u dan aan in de dichtstbijzijnde vestiging. Lees voor uw bezoek de voorwaarden. Located outside the Netherlands? Sign up at our nearest store location. Before visiting, please read our terms and conditions.

Heeft u een vraag? Bel tijdens kantooruren naar - of stuur een e-mail.. Lees meer over onze cookies in ons Cookiestatement Door op 'Akkoord' te klikken accepteer je alle cookies. Monet beschouwde hem blijkbaar als zelfstandig, voltooid werk. Ik vind het jammer dat de catalogus zwijgt over de verkoopgeschiedenis van de tekening, want die lijkt me op zo'n moment van veel belang.

Grafiet en aquarel op karton Engels: Boston, Museum of Fine Arts. Ongeveer de helft van de gebruikte bladen tonen landschappen, die bijna allemaal, of allemaal, gemaakt zijn in de directe omgeving van Le Havre, ten noorden of ten oosten van de stad, op loopafstand van de woning in Ingouville.

De vignet-achtige weergave, met de belangrijkste onderdelen centraal en gedetailleerd — molen, boom, stukje grond — de randen schetsmatiger, buitenste marge blanco, scherpe lijnen alleen om het dak te markeren, tonering geschied door arcering in een zachte parallelle lijn, voorgrond een bijna abstracte wirwar van strepen, het is alles bij elkaar de stijl die in de eerste helft van de negentiende eeuw gebruikelijk is.

Monet gebruikte potlood op warmgrijs papier formaat: Potlood op warm grijs papier, x mm. Okazaki, Japan, Wereldmuseum voor kinderen. Het blad komt uit het derde schetsboek van , het enige dat we nog bezitten. Het nogal perspectivische thema is natuurlijk aantrekkelijk, voeg ik daar zelf maar aan toe, al is het opmerkelijk dat Monet de weg schuin van linksvoor geeft, en niet symmetrisch vanuit het midden.

Dat ligt ook wel een beetje voor de hand, maar toch. Vooral de rechterzijde oogt nog erg onhandig. Monet zal het op onderwerp nog tot ver in de jaren '60 blijven terugkomen. Het is ook fijn, zo 'n lange weg met bomen aan weerszijden uit te kijken. Met de hand toegevoegd: Gournay, 29 juin Okazaki, Wereldmuseum voor kunst voor kinderen.

Ze ontstond in september en werd gemaakt in La Mare au Clerc, een wijk ten oosten van Ingouville. Het onderwerp is een paar boomstronken aan een plas misschien, mare waarvan Monet vooral het grillige oppervlak gedetailleerd probeert weer te geven. Barbizon deed soortgelijke dingen, zo vermelden Ganz en Kendall, en voor hen natuurlijk ook de Nederlandse 17e-eeuwers.

Rechts is met de hand in omhoog lopend schrift locatie en datum bijgeschreven: Ik vind het ook nog opvallend dat, hoewel het Monet duidelijk om de stronken gaat, hij ze toch in een min of meer herkenbare ruimte plaatst door links halverwege wat bosschages toe te voegen.

Monet zal dat soort dingen altijd doen. Potlood op ivoorkleurig papier, ca. Afgebeeld is een op een vouwstoeltje zittende man met schetsboek, potlood, hoed op het hoofd, baard. Traditiegetrouw wordt aangenomen dat het Boudin is. Maar of dit echt Boudin is, is bepaald niet zeker. En het museum bracht de tekening als zodanig onder, wat niet helemaal onbegrijpelijk is.

Maar uitsluitsel is er dus helaas niet. Boudin dessinant], Tekenende kunstenaar genoemd: Boudin tekenend , ca. Potlood op grijs papier, x mm. Op de school in Le Havre wordt het vak tekenen onderwezen door Charles Ochard , die leerling is van David. Charles-Marie Lhullier, Monet in zal portretteren, Monet in Zoeavenuniform , als die nog net onder de wapenen is en misschien ook nog wel een karikatuur van hem, zal maken: Het heeft trouwens ook meer dan werken van Boudin.

Monet zal in zijn latere bestaan nooit naar Ochard verwijzen zoals hij zich nooit leerling van Gleyre zou noemen en het is dus best denkbaar, zo schrijft Wildenstein weer, dat Monets artistieke neigingen geen aansporing van buiten nodig hadden. Ik schreef het al: Twee andere, waarvan we het bestaan kennen en een inventarislijst hebben, zijn verdwenen.

In de schetsboeken zijn dus niet alleen landschapstekeningen te vinden, maar ook karikaturen, vooral in het derde bevinden zich er heel wat. Buiten de bijna bladen om van de drie schetsboeken bestaan er nog minstens 19 losse bladen, allemaal met karikaturen, waarvan er 16 in het bezit waren van Beguin-Billecocq. Die 19 ogen bijzonder homogeen, omdat de opzet ervan zo op elkaar lijkt. Nakomelingen gaven ook die bladen aan Marmottan.

Wildenstein noemt ze onhandig, maar ik vind dat nogal meevallen. Wel is er iets anders wat iemand die een beetje in de Franse negentiende eeuw thuis is, direct opvalt: Bijgaand een aantal ervan om dat te demonstreren.

Potlood opgehoogd met gouache op beige papier, x mm. Die vertelt hem dat Monet op jonge leeftijd in Le Havre karikaturen maakte, onder de naam Oscar en dat iemand kort tevoren een partij ervan had aangeboden, maar dat hij die niet had genomen. Ook al was Monet inmiddels beroemd genoeg, zijn jeugdwerk werd op dat moment blijkbaar niet van belang geacht. Toch is het opmerkelijk dat Baudelaires drie essays over de karikatuur uit dezelfde periode dateren als Monets zogenaamde portraits charges , zoals de karikaturen altijd worden genoemd, afkomstig van de italiaanse stam, caricare , wat wil zeggen: Natuurlijk zijn de twee zich op dat moment niet bewust geweest van elkaars bestaan, maar ze geven wel blijk van een soortgelijke opvatting.

Monets tekeningen van mensen met enorm vergrote hoofden doen denken aan het werk van Daumier. Philippe Burty merkte dat al op in Die van Daumier stonden in Le Charivari. Monet zou de originelen waarnaar hij kopieerde, zo schrijft Wildenstein dan weer, altijd zorgvuldig verborgen houden. Ganz en Kendall publiceren ze in het tweede geheel aan de karikaturen gewijde hoofdstuk van hun catalogus.

De meeste ervan kwamen via Michel Monet uiteindelijk terecht in Marmottan. Die staan allemaal min of meer op hetzelfde formaat x mm en zijn niet gesigneerd, al is de naam van de afgebeelde er soms bij geschreven. Aquarel en potlood met witte gouache op beige papier, x mm.

Ze zijn technisch gezien veel geperfectioneerder dan zijn andere werk. Ook tijdens zijn eerste verblijf in Parijs, tussen en , zou hij ze nog maken om zo af en toe wat bij te verdienen, zo vermeldde hij in elk geval zelf. Van die latere karikaturen lijkt er maar zeer weinig meer te bestaan. Anderzijds moet daaraan dan wel weer worden toegevoegd dat, hoewel Monet altijd een wat linksige man zou blijven, daar in zijn werk nooit ook maar iets van te merken zou zijn, net zo min als van interesse voor het mondaine bestaan.

Op Monets Dejeuner sur l'herbe figureert geen naakt. En we gaan hier niet zeuren dat Monet eigenlijk een kruidenierszoon is. Maar de geportretterde heette in werkelijkheid Henri Cassinelli en hij was de zoon van een drukker, die zelf ook artistieke ambities had en bovendien een mededinger was bij het verwerven van een gemeentelijke beurs.

In de tekst erboven is gekrast, hetgeen erop zou kunnen wijzen dat Monet even heeft geaarzeld voor hij die hatelijkheid aan zijn tekening toevoegde. Voorover gebogen, op veel te grote voeten, beweegt de jonge concurrent zich voort.

Een vertaling zou leiden tot iets als Rufus Knoeierelli. Grafiet op getint geschept papier, x 84 mm. Chicago, Chicago Art Institute. De maten lopen van bij tot bij mm. De hoofden zijn bijna levensgroot. Ze zijn allemaal vervaardigd in houtskool, en met wit opgehoogd, en allemaal op relatief grofkorrelig, blauwgrijs papier, dat inmiddels is verbleekt tot grijs.

Twee ervan zijn gedateerd: Maar het zelfvertrouwen waarmee beiden op volle lengte zijn afgebeeld, ook al zijn er her en der correcties aangebracht, is toch opmerkelijk, zeker voor iemand die zijn hele leven lang moeite zou houden met de menselijke figuur.

Houtskool op met witte kalk opgehoogd blauw papier verkleurd naar grijs , x mm. Sterling and Francine Clark Institute, Williamstown. Manchon staat voor een portretbuste en twee lijsten die tegen een muur leunen. De muur hangt vol met bekendgevingen, op sommige waarvan de tekst leesbaar is: De kleding daarop is een wat formelere rok geworden, terwijl ook het portret als geheel met de wat minder voorover gebogen houding als iets vleiender zou kunnen worden opgevat.

Het zou kunnen zijn dat het daarbij om een door de opdrachtgever geweigerde versie ging, die Monet nog een tijdlang in zijn bezit heeft gehad en op een gegeven moment verkocht. Houtskool, op met witte kalk opgehoogd blauw papier verkleurd naar grijs , x mm. Chicago, The Art Institute of Chicago. In eerdere documenten in Chicago werd al geschreven: Jules Didier of Dubois. Vervolgens werd in het Bulletin van het museum in de tekening al gepubliceerd als Karikatuur van Jules Didier, bankier.

Het was dus Wildenstein die erachter kwam hoe het zat. Didier won in de Prix de Rome in het genre Historisch Landschap. Didier was bovendien gespecialiseerd in de weergave van dieren en had in een litho gepubliceerd, getiteld Le Papillon , wat nog een raadsel verklaart.

Dat neemt niet weg dat het verder onbekend is hoe Monet en Didier in contact kwamen. Op 28 januari sterft zijn moeder, die blijkbaar de artistieke aspiraties van haar tweede zoon serieuzer nam dan de vader deed. Het gezin Monet verhuist uit Ingouville naar de woning van de halfzus en zwager op nummer 10 van rue Fontenelle, in de stad zelf. Als een jaar later ook de zwager sterft, neemt vader Monet de leiding van het bedrijf over. Die heeft vermoedelijk zijn zoon wel toegestaan om in van school te gaan zonder zijn diploma, maar van het idee dat Claude kunstenaar zou worden, moest hij weinig hebben.

Het is de eerder genoemde tante Lecadre , wier man dus in sterft, die zich nu opwerpt als de beschermer van Claude. Ze is al bijna 70, beschikt over eigen geld en woont een tijdlang elders. Blijkbaar mag de jonge man of daar, of op school bij Ochard, of bij beiden, dat is onduidelijk, zijn teken- en schilderonderwijs vervolgen.

Zijn karikaturen zijn in trek en hij verkoopt ze voor tien tot twintig francs per stuk, wat anno een behoorlijke prijs is. Monet heeft altijd beweerd dat hij er handel mee dreef omdat hij van zijn moeder zo weinig geld kreeg.

Hij zou er uiteindelijk zo'n francs mee hebben verdiend, wat betekent dat het om ongeveer tekeningen zou zijn gegaan. Die zijn lang niet allemaal meer over.

Bij 15 ervan gaat het eerder om types dan om echte karikaturen. Van de rest zijn er maar weinig die met naam en toenaam bekende notabelen tonen. Monet zou ze uiteindelijk ophangen in de etalage van Gravier, die in Le Havre een papierwinkel annex lijstenmakerij dreef aan de rue de Paris.

Elke zondag kwamen er dan nieuwe te hangen. Voorbijgangers verzamelden zich voor de etalage en onze jongeman barstte dan van trots, zo zei hij later. Dat Monet er inderdaad een zekere lokale faam mee verwierf, wordt bewezen op het moment dat Monets vader voor zijn jongeling een beurs aanvraagt. Het verzoek wordt geweigerd, met een verwijzing naar Monets duidelijk bekend veronderstelde karikaturen, waarmee hij de populariteit heeft verworven die serieus werk vaak moeizamer verkrijgt.

In een document van 18 mei zijn de gemeenteraadsleden de mening toegedaan dat Monet, van wie abusievelijk wordt vermeld dat hij is geboren in , maar ook dat hij les heeft gehad van Monsieurs Ochard, Wissant en Boudin , eerst maar eens serieus werk moet gaan maken. Potlood verhoogd met witte gouache op grijs papier, x mm. Daar is, zo lijkt me, de schoolstrijd in te zien die Monet in dat latere stadium ook wel enigszins vertegenwoordigt en waarin hij de partij der kleur verdedigt tegenover die van de lijn.

Monet zal later ook vertellen dat, als hij in Troyon opzoekt om hem om raad te vragen, die zegt: Leren tekenen, dat is waar het de meesten van jullie tegenwoordig aan mankeert.

Ik kende deze tekening niet. Van de hier afgebeelde vrouw is niets bekend, maar de tekening dateert vermoedelijk uit de eerste helft van de negentiger jaren. Anderzijds, en het is ook goed dat hier te zeggen: Rood krijt, x mm. Boven de tekeningen in de etalage van Gravier hingen ook wel eens schilderijen van iemand die hij niet kende, maar die bevriend was met de eigenaar.

Onze jonge kunstenaar vond ze lelijk. Manoeuvre geeft als bijlage een uitgebreide datalijst van Boudins leven die goed als basis voor een biografie zou kunnen fungeren. La magie de l'air et de l'eau.

In wordt hij matroos aan boord van een der eerste Franse stoomschepen, varend tussen Honfleur en Le Havre. In begint hij samen met een compagnon een papeterie in Le Havre.

Hij maakt ook lijsten en verkoopt papier en linnen. Boudin is ooit dus mede-eigenaar geweest van de winkel waar Monets werk kwam te hangen. Veel schilders bezoeken de kust en onder zijn klanten telt hij al gauw Couture en Troyon. Boudin zelf begint ook te schilderen, in navolging vooral van Troyon. Rond arriveert in Le Havre de op dat moment nog onbekende Millet, die in zijn levensonderhoud voorziet door voor 30 francs portretten te maken. Boudin laat Millet zijn werk zien, die het dan verbetert.

Het is het eerste bewijs dat Boudin inmiddels zelf schildert. In doet hij zijn zaak weg en gaat naar Parijs. In gaat hij op pad naar het noorden om er Lille, Arras een tentoonstelling te organiseren. In hetzelfde jaar stelt hij werk ten toon in Le Havre, dat twee van zijn schilderijen koopt, en op voorspraak van zijn vroegere klanten Couture en Troyon krijgt hij een driejarige beurs.

Olieverf op linnen, Boudin Caen, Association Peindre en Normandie. Ze vonden er in die vroege jaren nog onthaal voor 40 francs per maand, inclusief alles. Overdag werkte er dan een wisselende bevolking van kunstenaars die de herberg als uitvalsbasis gebruikten, om er 's avonds of na verloop van een paar dagen weer te verschijnen en daar gezamenlijk de avond te slijten.

Barbizon aan de kust. Boudin verbleef er voor het eerst in Het olieverdoekje hiervoor lijkt uit de vroegste periode te dateren. Pastel op papier, 15 x Boudin streeft er volgens eigen zeggen naar de eerste indruk van wat hij ziet weer te geven, terwijl hij ook het werken in de open lucht als eis stelt voor de directheid van weergave.

Tegelijk zal hij erkennen dat hij bij zijn werkwijze veel dankt aan de Nederlandse schilders van de zeventiende eeuw. Net als de Hollanders geeft hij in zijn schilderijen veel ruimte aan lucht en water. Vooraf maakt hij vaak pastelstudies van luchten. Boudin kent Bretagne al sinds , maar als hij in trouwt met een Bretonse, leert hij het pas goed kennen.

Hij werkt vaak in Camaret. Misschien is het dit schilderij dat hij koos voor de Salon van ; in hetzelfde jaar krijgt hij zijn eerste bestelling van Durand-Ruel. Aan een vriend schrijft hij in Boudin zal met regelmaat naar het thema terugkeren.

Zich over dit soort schilderwerk helemaal gemakkelijk voelen, deed hij niet. En Boudin is dan wel iemand die altijd buiten werkt, we moeten dat ook niet overdrijven. Jongkind, die dezelfde reputatie heeft, gewoon ook omdat hij echt veel buiten werkte, maakte zijn zaken toch binnen af.

Manoeuvre toont bijna identiek soort werk van veel later. Baudelaire had in een artikel gewezen op het belang van onderwerpskeuze uit het moderne leven het artikel heette: Peintre de la vie moderne , iets waar ook Courbet op aandrong.

Boudin was Courbet en Baudelaire in tegengekomen. Hier is een levendig geschilderde, mondaine massa te zien op het strand van een Normandische badplaats, maar twee derde van het schilderij bestaat uit lucht. Boudin zal met regelmaat ook het moderne toerisme tonen in zijn schilderijen, iets wat bij Monet maar zelden het geval is.

Monet kiest dezelfde natuurmotieven als waarvoor een deel van de toeristen verschijnt, en die dus ook bij een groter publiek inmiddels bekend raken.

Minneapolis Institute of Arts. Boudin moedigt hem aan serieuzere dingen te gaan schilderen, maar daar voelde de jongeman weinig voor. Totdat hij op een gegeven moment toegaf, een keer met Boudin meeging en verkocht was. Hij was toen zeventien. Hoe betrouwbaar deze weergave is, is onduidelijk. Monet zou voor de eerste gelegenheid dat hij Boudin begeleidde een verfdoos hebben gekocht. De twee begeven zich naar het bos van Montgeron, ten noordoosten van Le Havre.

Daar zou Boudin de ezel hebben opgezet en voor de ogen van Monet zijn begonnen aan een nieuw doek. Monet is op dat moment zeventien jaar en zes maanden oud. Hij zal later tegen de schrijver Marc Elder Macel Tendron, zeggen:.

Dat bewijst dat tekenen vooraf ging aan het schilderwerk, iets wat ook bij Boudin het geval was. Tekenen werd nu eenmaal als een fundamentele activiteit gezien, die de basis behoorde te zijn van de uiteindelijke olieverfversie.

Ook van Boudin, die nooit academisch was opgeleid en die zelfs nog kortstondig als matroos had gewerkt, bestaan duizenden tekeningen.

Niet van Monet overigens, ik zeg het maar vast. In augustus of september zou van Monet in elk geval zijn Gezicht op Rouelles hebben gehangen als numer op een gemeentelijke tentoonstelling in Le Havre, maar dat, zo viel ook tijdgenoten al op, veel overeenkomsten vertoonde met de nummers 50 en 51 op dezelfde tentoontstelling getiteld: Het oogt wat Barbizon-achtiger, is wat donkerder en lijkt niet helemaal uit dezelfde hoek gedaan, terwijl er ook wel verschillen in het landschap zijn.

Er is ook een ander exemplaar van Boudin dat min of meer dezelfde locatie lijkt te vertonen, Bebost landschap. Monet zou - meer in het algemeen - die verwantschap later dus nooit ontkennen. Olieverf op hout, 34 x Olieverf op hout, Want op deze plek zijn we eindelijk aangekomen bij wat officieel Monets eerste schilderij is, al geloof ik er zelf weinig van.

Want ik vind Monets Gezicht op Rouelles een erg een verrassend exemplaar. Wel waren de drie stillevens natuurlijk geschilderd in de trant van andere, en waren ze misschien bedoeld om zich als beschaafde, niet al te wilde jongeman te introduceren bij oudere en wijzere collega's, maar dan nog. En zeker, Monet heeft veel talent. En Wildenstein is inmiddels natuurlijk een soort autoriteit als het gaat om Monets werk, al zou je daar best een paar kritische kanttekeningen bij kunnen maken, iets wat overigens ruimschoots is gebeurd.

Maar afgezien daarvan vraag ik me af waarom iemand die over dit soort werk beschikt, of het zou kunnen maken, zich bij de landschapsschilder Troyon zou willen vertonen met twee stillevens. Tekenwerk ter voorbereiding van dit doek bestaat er niet, waarbij moet worden aangetekend dat veel vroeg schetswerk van Monet, dat er vermoedelijk wel is geweest, is verdwenen.

Maar eerlijk gezegd kan ik me nauwelijks voorstellen dat Monet dit schilderde in Dit oogt als iets van jaren later. Monets schilderij lijkt enigszins op werk van Corot, niet in de symmetrie van de compositie of de voorgrond, maar wel in de wat pluimachtige weergave van het gebladerte aan de bomen en het figuurtje aan het water. Vooral het erg lichte palet is opvallend. Vergelijkt u het maar eens met de toon waarin Boudins werk is gedaan. Dat moet Rouelles zijn, neem ik aan.

Het is - leve Google - tegenwoordig een wijk van Le Havre. Het schilderij is gesigneerd en gedateerd, waarbij Monet nog de letter O gebruikt voor zijn voornaam: Monet betaalde met dit doek en twee andere W en W , zo schrijft Wildenstein, in januari in Argenteuil een schuld, die hij bij de directeur van de Ecole des Arts et Metiers daar had opgelopen, ongetwijfeld ter betaling van de kosten voor de opleiding van zijn bijna tien jaar na het ontstane schilderij geboren zoon Jean Ook dat feit zou naar mijn idee kunnen wijzen op een latere ontstaansdatum; enige andere mogelijkheid is dat Monet het schilderij zo'n 20 jaar en een lange reeks verhuizingen heeft meegesleept.

En verhuizen deed Monet genoeg, soms zeer gehaast. Vue des bords de la Lezarde] Gezicht op Rouelles, ook genaamd: Olieverf op linnen, 46 x 65 cm. Gesigneerd en gedateerd linksonder: Monet 58 Museum voor moderne Kunst, Saitama, Japan. Als een reizend theatergezelschap in het theater van Le Havre bezoekt, maakt hij karikaturen van acteurs en leden van het orkest. Een half jaar later zegt Monet thuis schilder te willen worden.

Maar aanvankelijk ondersteunt de vader zijn zoon. Later in het jaar, nog steeds in , blijkbaar op een moment dat de tentoonstelling nog loopt waar Monet een schilderij heeft hangen, vraagt vader Monet een beurs voor hem aan; zelf willen ze hem niet financieel terzijde staan. De beurs wordt geweigerd. Hij gaat naar een jonge beeldhouwer en architect. Met toestemming van zijn vader en met zijn gespaarde geld op zak, de francs die hij heeft verdiend met zijn karikaturen, gaat Monet naar Parijs om er de Salon te bezoeken, die op 15 april is opengegaan.

Hij arriveert in Parijs in mei , is blijkbaar in het bezit van een aantal introductiebrieven en vindt kortstondig onderdak in een hotel op het Place du Havre. Dit is de vroegste foto van Monet die ik ken, als Rewald tenminste gelijk heeft, want die is het die bij deze foto het jaartal zet. Als het waar is, is Monet hier achttien jaar. Maar ik vind hem hier erg lijken op een foto die elders wordt gegeven als van Lijkt me veel waarschijnlijker. Ik vermoed dat de foto is gemaakt bij dezelfde gelegenheid als de andere - want volgens mij is de kleding identiek - en dat er iets is misgegaan met de afdruk.

Eigenlijk komt hij zodoende pas voor het eerst echt in Parijs terecht in En ook al zal hij heel wat afreizen, de stad zal lange tijd het centrum blijven van zijn sociaal verkeer. In komt hij eerst te wonen aan rue Rodier 35, voordat hij in februari naar rue Pigalle verhuist, en daar op nummer 18 komt te wonen, vlakbij Brasserie Les Martyrs.

Na zijn aankomst in de stad wordt hij hartelijk ontvangen door Armand Gautier , die hij al via zijn tante Lecadre kent uit Le Havre. Een dag later al schrijft hij een brief aan Boudin, waarin hij verslag doet van zijn gesprekken met andere schilders, nog zwijgt over de Salon, maar zijn oudere collega aanraadt zich snel bij hem te voegen.

Monet vindt Parijs blijkbaar the place to be en zo aan het eind van de jaren '50 is dat geen wonder. Want zuiver artistiek gezien bruist de stad behoorlijk. Kort daarop bezoekt hij ook de al eerder genoemde Lhuillier - die hem later zal portretteren, als Monet in Zoeavenuniform - vermoedelijk met een aanbeveling van Ochard, zijn oude tekenleraar, van wie de twee immers allebei leerlingen zijn.

Met een paar stillevens onder zijn arm, zo schrijft Wildenstein, misschien in de trant, zo voeg ik er maar aan toe, van zijn Hoek van een atelier en zijn Stilleven met fazant , bezoekt Monet in april vervolgens Constant Troyon , de schilder van Barbizon, die is gespecialiseerd geraakt in landschappen met allerlei vee.

Ook Troyon zelf was in dat genre opgeleid. Iemand als Renoir zou ook nog in de leer zijn bij een porseleinschilder.

Hij raadt Couture aan. Op het werk van Boudin heeft hij kritiek. Hij vindt het niet af. Vermoedelijk speelde bij Troyons academische pretenties een rol dat het landschap als genre nog nauwelijks serieus werd genomen. Zelfs een voorvechter der modernen als Baudelaire had er geen hoge dunk van. Troyon raadt Monet aan een paar maanden in Parijs te blijven werken en vervolgens pas terug te keren naar Le Havre om daar weer landschappen te doen.

Maar dat laatste had Monet al ruimschoots gedaan, dus enigszins teleurgesteld zal hij wel geweest zijn. Overigens bevreemdt het me ik schreef het al dat Monet, die zelf toch blijkbaar al aardig wat landschap heeft gedaan en beschikt over een doek als zijn Gezicht op Rouelles , zich bij de landschapsschilder die Troyon toch in essentie is, uitgerekend met stillevens meldt. Maar alle bronnen melden het, dus het zal wel waar zijn.

Vader Monet en tante Lecadre gaan blijkbaar akkoord met een langduriger verblijf in Parijs. Die laatste plek zal Monet blijkbaar onthouden, want met Pasen is hij er terug en niet voor het laatst. Hij geeft hem francs om materiaal mee te kopen. Olieverf op paneel, 53 x Monginot is overigens bevriend met Manet en Monet zal er nog een keer, zo schrijft Wildenstein, een glimp opvangen van de man die hij pas later beter zal leren kennen.

In een tweede brief aan Boudin, gedateerd 3 juni , schrijft hij dat hij druk bezig is, dat hij werkt aan stillevens en dat hij al verschillende keren de Salon heeft bezocht. Hij bewondert de Troyons en Corots, al zegt hij erbij dat hij de schaduwen van Troyon soms te donker vindt.

Het werk van Delacroix stelt hem teleur. Hij vindt het te schetsmatig. Het meest bewonderen doet hij het werk van Daubigny. Dat van Isabey noemt hij armoedig en hij schrijft dat hij dat de gelegenheid vindt bieden aan Boudin om met zijn zeegezichten succes te boeken: In feite zijn er helemaal geen schilders van zeegezichten en voor jou is het een weg die je ver zal brengen. Hij heeft inmiddels onderdak gevonden aan rue Rodier 5, in Faubourg Montmartre. Olieverf op linnen, 24 x 46 cm.

Troyon had hem Couture aanbevolen en Monginot had hetzelfde gedaan. Die was op dat moment in de mode. Manet zou ook voor Couture kiezen. In een brief van 20 februari aan Boudin heeft Monet het over Couture als die slechtgehumeurde kerel ce rageur. Vermoedelijk heeft hij zich bij de schilder gemeld met zijn stillevens, zo meldt Wildenstein, forse kritiek gekregen, en verklaart dat de heftige toon die Monet in het vervolg over Couture zou aanslaan.

Afgezien daarvan zou het onderwijs hem veel geld hebben gekost, want Couture stond bekend om zijn pittige prijzen. Hij nodigt Boudin opnieuw uit. Kom, je kunt er alleen maar op vooruitgaan. Je weet dat de enige goede schilder van zeegezichten, Jongkind, dood is voor de kunst. Hij is totaal krankzinnig. De kunstenaars houden nu een inschrijving om te voorzien in zijn behoeften. Je kunt mooi zijn plaats innemen geciteerd door Sylvie Patin in Sillevis De brief van 20 februari is geschreven de dag nadat hij een tentoonstelling heeft bezocht van de zogenaamde School van , aan de Bld des Italiens.

De opvattingen die hij erin te berde brengt, verschillen al sterk van de eerdere. De opmerking van Monet over Jongkind verwijst naar diens veelvuldige staat van dronkenschap en terugkeer naar Rotterdam, waarna er geld bijeen wordt gebracht om hem - onder begeleiding - terug te laten keren naar Frankrijk. Zwart en wit krijt op blauw of groen tot donker beige verkleurd gemiddeld dik geschept papier, Inscriptie voorzijde, monogram in zwart krijt: Keerzijde rechtsonder in zwart grafiet: Voorbereidende tekening voor een muurschildering in de Parijse kerk St.

Eustache, daarvan het centrale paneel achter het altaar, voor een vrouw uiterst links. Baltimore Museum of Art. Mc Kean Fisher Het instituut was berucht om de vrijheid die het schonk.

Het is inmiddels januari of februari Haast heeft Monet niet gemaakt. En Corot, die zelf ook bij Suisse had gewerkt, zou die, bovendien goedkope mogelijkheid hebben aangeraden. Manet was er als leerling van Couture ook geweest en ook Courbet kwam er wel. Andere oud-leerlingen waren Delacroix, Bonington, Isabey, en Corot dus.

In dezelfde brief van 20 februari vermeldt Monet dat hij les krijgt van ene Jacque of Jacques en sommigen hebben daaruit afgeleid dat het ging om Charles Jacque , de Barbizon-schilder en etser. Maar dat lijkt onjuist. Het betreft vermoedelijk gewoon een assistent van Suisse, die zelf inmiddels op leeftijd was. Alle materialen waren toegestaan. Van toezicht en correctie was blijkbaar geen sprake.

En het is zodoende geen wonder, zo schrijft Wildenstein, dat Suisse populair was. In de traditionele ateliers begon de student met tekenen naar een ets of gravure, dan naar gipsafgietsels, en pas daarna naar het model. Monet heeft het er naar zijn zin.

Er zijn op de Academie alleen landschapsschilders , schrijft hij aan Boudin. In de zomer van is Monet weer terug in Honfleur. Bijgaande karikatuur werd niet vervaardigd door Monet, maar door Charles Marie Lhuillier ca. Hij zou een leerling geweest zijn van Ingres en Cabanel, kende Jongkind en dus ook de wat jongere Monet. Lhuillier, die eigenlijk Lhullier heette, kreeg in Le Havre zelf les van Ochard, net als misschien Monet. Hij stierf in Le Havre op de leeftijd van vermoedelijk 74 jaar.

Ze hebben het idee dat Monet hier lijkt op de schilder zoals die is afgebeeld op een Portret van Claude Monet van Severac van een paar jaar later: Het zou in elk geval kunnen verklaren waarom de tekening zich bevond in Monets nalatenschap die zoon Michel ten slotte aan Marmottan gaf. De karikatuur zou best een wederdienst geweest kunnen zijn. Van Lhuillier is ook het olieverfportret bekend van Monet in Zoeavenuniform.

Als het zo is, zou Lhuillier hem Monet kunnen hebben gegeven als jeugdherinnering en dan zou hij kunnen dateren uit de jaren tussen en Zwart en wit krijt, x mm. Van Monets aanvankelijke bewondering voor Troyon is er na zes maanden niets meer over. Delacroix, over wie hij eerder zo kritisch was, prijst hij nu wel. Dat is mischien ook omdat hij inmiddels een overzichtstentoonstelling van diens werk heeft gezien, die een beter beeld van hem gaf dan het werk dat op de Salon van hing.

De al eerder genoemde brief van 20 februari werd, ik zei het al, geschreven een dag na het bezoek aan de tentoonstelling van de School van , aan de Boulevard des Italiens. Het verhaal gaat dat Monet inmiddels in het bezit was van een klein schilderijtje van Daubigny, dat hij blijkbaar had gevonden in een hoek van het atelier dat hem door zijn tante uiteindelijk was toegewezen voor zijn verblijven in Le Havre.

Toen hij het liet schoonmaken, kwam de handtekening van Daubigny te voorschijn. Zijn tante stond het hem af en hij maakte het te gelde, waarbij hij naar Daubigny moest voor een certificaat, iets waartoe een vriend hem uiteindelijk overhaalde.

De francs die hij ermee verdient, gaan op in Brasserie des Martyrs , waar de jonge kunstenaars vaak bijeenkomen. Wildenstein merkt op dat het huurbedrag van francs in genoeg zei. Het werd aanvankelijk vooral bezocht door de dichters en schrijvers, maar nadat Courbets realisten rond hun vaste stek van Brasserie Andler, gelegen aan de rue Hautefeuille op de linkeroever, verlieten voor de rechterkant, waarmee er tegelijkertijd iets van een historische migratie plaatsvond, raakte ook bij hen des Martyrs in de mode.

Kunstenaars vestigden zich nu rond St. Pas na de Eerste Wereldoorlog zou de linkeroever weer in de mode raken, eerst Montparnasse, en na de tweede Saint-Germain. En zo kwamen in Brasserie des Martyrs Castagnary, Daudet, en nog een grote groep minder bekende kunstenaars. Dit doek dateert uit Monets vroegste periode, van nog voordat hij dienst nam, dus in elk geval voor 29 april , zo meent Wildenstein. En ook hier geldt dat de bewonderaar van Corot en Boudin werkt in een stijl die daar nauwelijks aan doet denken.

Secretaire met geopende verfdoos, boeken - titels helaas onleesbaar - pistool, sabel en rechtopstaand geweer, geverfd behang van linnen of papier, waarop het afgebeelde tafereel nog wat achttiende-eeuws idyllisch aandoet, maar een landschap aan de muur dat - voor zover dat valt vast te stellen, nogal Barbizon-achtig oogt en dat, zeker voor iemand die de schaduw van Troyon te donker vond, bepaald donker is uitgevallen.

Is het trouwens wel een landschap, vroeg ik me af. Is het een kustgezicht? Al met al is dit misschien niet helemaal de omgeving van de gemiddelde beginnende schilder. Eerder die van een opdrachtgever. Maar daarvan is niets bekend. Zie daarvoor Monets Hondenkopje. Toch geldt ook hier dat het formaat ambitieus is. De jonge Monet is niet voor een kleintje vervaard. Dit schilderij werd tijdens de oorlogsjaren, in , verkocht aan de Hamburgse Kunsthalle, wat naar ik vrees betekent dat het toen uit Joods bezit kwam.

In werd het toegewezen aan het Louvre, waarmee het in het toenmalige Jeu de Paume kwam en dus later in Orsay. Olieverf op linnen, x cm. Gesigneerd en gedateerd rechtsonder: Want er resteert uit deze hele eerste Parijse periode nauwelijks iets wat er met zekerheid aan is toe te schrijven. Misschien een paar karikaturen, waarvan soms zelfs onzeker is of ze niet in Le Havre zijn ontstaan.

Van de karikaturen van concierges, waarmee hij af en toe naar eigen zeggen in Parijs wat geld bijverdiende, is al evenmin iets over. Bij de rest gaat het om drie doeken: Van zijn tekenwerk aan de Academie Suisse is niets over.

De stillevens die hij blijkbaar bij zich had bij zijn bezoek aan Troyon en die vervolgens naar het schijnt aan de gemeente Le Havre zouden zijn gegeven, zijn verdwenen. En in het werk dat er nog wel is en dat dus van dateert, lijkt er niets wat ook maar enigszins doet denken aan Corot, die Monet zo zei te bewonderen, of trouwens aan Boudin, die toch zijn eerste leermeester was. Zo gaat dat met jongens van eenentwintig.

Olieverf op linnen, 76 x Het is veel lichter van toon, al vraag ik me af in hoeverre dat een reproductiekwestie is. Het erge is dat ik het recentelijk nog in Montpellier heb gezien, maar me niet meer herinner of het echt zo licht was. Omgekeerd zou je kunnen zeggen dat de andere twee opvallend donker zijn en dat het misschien tijd is dat ze eens worden schoongemaakt.

De omgeving van de drie stillevens lijkt me dezelfde en je kunt je zelfs afvragen of de tafel in twee gevallen niet hetzelfde exemplaar is.

Ook dit is qua formaat en opstelling van de diverse elementen een ambitieus exemplaar. Het kopje van een windhond dat net aan de onderrand zichtbaar is, heeft in een iets later stadium blijkbaar geleid tot twee nieuwe doekjes, waaronder het volgende Kopje van een windhond.

Olieverf op linnen, x 75 cm. Zo bleek hij Monets Studie voor Dejeuner sur l'herbe te bezitten, ook wel De wandelaars genoemd, Monets Hooibergen bij Chailly , een door mij niet getoond Stilleven met een ribstuk en Monets Kustlandschap dat nu in het Van Goghmuseum hangt.

Maar ze noemt als zodanig dus niet de drie stillevens die ik hiervoor toonde en die ook in een bemiddelde omgeving lijken te zijn ontstaan. Overigens dateert Lefebvre het bijgaande hondenkopje, ondanks Wildensteins nummer, met ca. Ik weet niet of daar een reden voor is. Dat neemt niet weg dat ik er stiekem wel sympathie voor heb, want ook de stillevens hiervoor zou ik eerlijk gezegd als van later dateren.

Veel schilders hebben de neiging te antedateren en niet uit boze opzet, maar omdat het geheugen onbetrouwbaar is. En dan ben ik ook nog zo brutaal me af te vragen of deze vijf doeken niet allemaal gewoon uit dezelfde periode dateren en op dezelfde locatie werden gemaakt.

Olieverf op linnen, 24 x 28 cm. In sommig werk is dat wel zo. Maar dan hebben we het over schetsen, in elk geval over de schaars resterende exemplaren daarvan.

Boudin verhuist begin naar Parijs, iets waartoe Monet hem al verschillende keren had aangemoedigd. Hij komt te wonen aan rue Pigalle, vlakbij Monet dus, die daar ook woont en die hem nu met regelmaat tegenkomt.

Monet lijkt zijn bezigheden inmiddels in te richten naar het voorbeeld van zijn leermeester, want in Yport, aan de Normandische kust, maakt hij nu ook pastels, genre dat we eveneens van Boudin kennen. Ik toonde van Boudin oa. Het lijken de eerste die Monet ooit heeft gemaakt. Een paar jaar lang zal hij technieken, composities en locaties gebruiken, die allemaal zijn te herleiden tot Boudin. Ook in zal hij bij Honfleur werken en wederom in gezelschap van Boudin en Jongkind.

Het verschil met de twee stillevens hiervoor is natuurlijk groot, maar het gaat hier ook om een pastel die als voorbereiding moet hebben gediend. Volgens Wildenstein hebben sommige van de groep pastels waar deze toe behoort, en waarvan de huidige locatie onbekend is, op de achterzijde: Yport, , Claude Monet.

Pastel, x mm. Want er gebeurt op dit moment iets tamelijk vervelends voor onze schilder. De vader is de op dat moment jarige Adolphe Monet. Pas in zal hij met Amande Vatine trouwen. Als Claude in moet opbiechten dat hij niet alleen een vriendin heeft, maar dat ze zwanger is, eist zijn vader dat hij haar in de steek laat.

Nu heeft onze Claude een halfzus, maar vader heeft extra kosten. Hij trekt een laag nummer. Van de man uit zijn afdeling dienen de eerste 73 op te komen. Zijn nummer is lager dan De prijs dat jaar was francs. Maar dat wil hij niet. Bovendien ziet hij wel aantrekkelijke kanten in de dienstplicht, die op dat moment nog zeven jaar duurt. Hij besluit te kiezen voor het regiment van Afrikaanse jagers, waar een vriend van hem al bij zit en die daar enthousiaste verhalen over vertelt.

Hij kan dienst nemen op 29 april Hij is op dat moment 1. Ik vermoed, te oordelen naar het uniform - maar ben er niet zeker van - dat die Afrikaanse jagers onderdeel vormden van de zogenaamde Zoeaven. Bazille zou in ook dienstnemen bij de Zoeaven en sneuvelen. Van Gogh schilderde en tekende naar bekend een aantal keren een Zoeaaf die hij misschien had leren kennen via de met hem bevriende tweede luitenant Milliet, ook al een Zoeaaf.

Het duurt nog enkele maanden voordat Monet echt naar Algerije vertrekt. Het regiment zou in actief zijn in Mexico. Pas op 10 juni voegt hij zich bij zijn regiment in Mustafa. Monet zou over zijn ene dienstjaar altijd positief zijn. Maar veel gewerkt kan hij er niet hebben.

Monet schijnt in Algerije tyfus te hebben gekregen en wordt voor verlof gerepatrieerd, met een bewijs van goed gedrag. Het dateert pas van na Monets dood. Naar eigen zeggen was Monet drie weken lang flink ziek. In de zomer van is hij met verlof terug in Le Havre, zodat zijn Algerijnse verblijf nauwelijks een jaar had geduurd.

Onder de wapenen - het is bekend - wordt een jongen een man. Monet is in naam met ziekteverlof, burgerkleren mag hij eigenlijk niet dragen en dus schildert Charles Lhuillier Monet als die net terug is uit Algerije in zoeavenuniform. Lhuillier was een collega-schilder uit Le Havre, die misschien net als Monet, les had gekregen van Ochard, en hij zou in een later stadium directeur van de gemeentelijke Academie van Schone Kunsten van Le Havre worden, waar bijvoorbeeld Raoul Dufy, Othon Friesz en Georges Braque hun opleiding kregen, al zou, naar zeggen van Danchev, Lhuillier Braque nooit lesgeven.

Het was de traditionele kleding van de stam waaruit de zoeaven voortkwamen. En hier staat Monet dus, met kepi op, in plaats van de gebruikelijke muts met kwast, in de zogenaamde pantalon de garance , de meekrap broek met cavalerielaarzen en een blauw losgeknoopt jack, rode ceintuur om en een witte bournous over de arm.

Uiteindelijk zal Monets tante onze schilder vrijkopen. Boudin is aan het werk in de buurt van Honfleur en Trouville en dus is Monet op zichzelf aangewezen. Terwijl hij bezig is een koe te tekenen bij een boerderij in de buurt van Caux, zo gaat het wat komische verhaal, is hij gedwongen het dier, dat zich soms verplaatst, te volgen.

Een man die het ziet, houdt het dier voor hem vast. Het blijkt een wat excentrieke Engelsman te zijn — iets wat in de Franse negentiende-eeuwse literatuur zowat een pleonasme is — die hij vervolgens leert kennen en die hem enkele dagen later in aanraking brengt met Jongkind, die er in de buurt ook aan het werk is.

Daar is dit keer zelfs schriftelijk bewijs voor. In een brief van Monets tante Lecadre van 30 oktober aan Armand Gautier schrijft ze dat Monet aan zee Jongkind heeft leren kennen. Dat aan zee moeten we niet al te letterlijk opvatten. Boudin werkte er al veel langer, en ik toonde een er gemaakt olieverfdoekje , en een pastel.

Het verhaal dat Monet op zijn beurt Jongkind in contact zou hebben gebracht met Boudin, zoals bijvoorbeeld Sylvie Patin nog schrijft in Sillevis , is op zijn minst omstreden, maar vermoedelijk onjuist, want die twee kenden elkaar al, misschien uit het atelier van Isabey. Het verhaal dat de drie in al gezamenlijk zouden hebben geschilderd, is zeker onjuist.

Tante Lecadre is overigens wel geschokt door Jongkinds slechte zeden. Als hij een keer komt eten, is hij in gezelschap van een vrouw Madame Fesser die hij niet voorstelt, maar met wie hij, zo blijkt per ongeluk tijdens de maaltijd, niet getrouwd is. Johan Barthold Jongkind wordt geboren in het Overijsselse Lattrop, verhuist al gauw naar Vlaardingen — wat niet veel beter is - maar brengt gelukkig een goed deel van zijn leven in Frankrijk door.

In vond er in het Haagse Gemeentemuseum een overzichtstentoonstelling plaats van Jongkinds werk. De begeleidende catalogus Sillevis vond ik een nogal gemakzuchtig boek, maar aan het biografisch essay van John Sillevis dat de inleiding ervan vormt, ontleen ik toch het volgende, nou ja, het meeste ervan.

In vond overigens in Dordrecht een omvangrijke Jongkindtentoonstelling plaats. Aan het bijgaande, nog tamelijk ouderwets ogende Riviergezicht is dat nog wel enigszins te zien. In ontmoet die de schilder Isabey, die in gezelschap van de Franse Graaf Nieuwerkerke in Nederland is voor de onthulling van een standbeeld. Als Schelfhout een leerling van hem mag aanbevelen om te komen werken in het Parijse atelier van Isabey, noemt hij Jongkind. Olieverf op linnen, 18 x 22 cm. Van den Dool pag. Dat Frans is wel grappig.

Want er was in Frankrijk niemand die Jongkind zelfs maar verstond. Monet schrijft in een brief over hem: Een goede, eenvoudige man die het Frans vreselijk radbraakt.

Jongkind begint in Parijs te werken in en houdt het niet alleen bij Isabey, maar werkt ook bij andere romantische schilders, zodat het welbeschouwd verbazingwekkend is dat hij ten slotte terecht komt in het kamp van de jonge wilden. Met de laatste verhuist hij naar een ander adres in Montmartre. En het is eveneens Kuytenbrouwer die hem meeneemt naar Fontainebleau.

Dat raakt in deze jaren zeer in de mode. Daar leert Jongkind de schilders van Barbizon kennen. Maar Jongkind zou nooit tot de groep gaan behoren, al kende hij de leden ervan dus wel. Dat neemt niet weg dat Jongkind bepaald geen plein-air schilder is, zoals de leden van Barbizon dat eigenlijk evenmin zijn.

Ik vind ook dat je dat aan het werk vaak kunt zien. Het is veel te geacheveerd om buiten te zijn gemaakt. Jongkind maakt schetsen, aquarelleert, tekent, en werkt dat uit in het atelier. Nadat hij in korte tijd is terug geweest in Nederland, is hij al gauw weer in Parijs. Ook de stad heeft zijn belangstelling en hij heeft heel wat werk gemaakt in Parijs zelf. Daarvan hierbij een voorbeeld. Verrassend, hartje Parijs zo te zien, nietwaar.

Een jaar later wordt Lodewijk-Napoleon keizer. Kort daarop zal Haussmann zijn plannen presenteren, waarna alles er anders uitziet. Hier zien we hoe de Seinekades al worden opgehoogd. Hij wordt door iedereen die hem kent een doodgoeie kerel genoemd, maar hij maakt gemakkelijk schulden en is een stevige drinker.

Met zijn werk gaat het overigens prima. In krijgt hij een gouden medaille voor een inzending naar de Salon van dat jaar. Nadar maakt een karikatuur van hem maar schrijft zijn naam als Youngkind en roemt zijn werk. Hij verhuist naar rue Pigalle 60, ontmoet Stevens al zegt Sillevis niet welke van de twee broers, ik vermoed Alfred, de schilder en Baudelaire.

In wordt zijn beurs ingetrokken. Zijn moeder, die hem altijd financieel heeft ondersteund, overlijdt. Jongkind, die ook later enigszins last blijkt te hebben van achtervolgingswaanzin, vermoedt op een gegeven moment zelfs dat er sprake is van een samenzwering, maar daarvan is, zo meldt Sillevis, in werkelijkheid geen sprake.

Hij heeft op dat moment gewoon al zeven jaar lang een tamelijk ruim bemeten beurs. Om aan de weg te timmeren, hangt hij werk op de Franse sectie van de Wereld-tentoonstelling van Jongkind wordt door de critici geprezen, maar ziet zich toch gedwongen terug te keren naar Nederland.

Wat er overblijft, wordt door een andere vriend voldaan. Courbet komt langs en ook Nadar. Toch wil Jongkind dolgraag terug naar Frankrijk. Dit is overigens het moment waarover Monet schrijft aan Boudin in zijn brief van 20 februari , met de opmerking dat Jongkind dood is voor de kunst en dat Boudin zijn plaats kan innemen. Maar die is nog lang niet dood voor de kunst.

Martin beheert de francs die de veiling opbrengt en Jongkind kan terug naar Frankrijk. Hij wordt door Cals opgehaald in Rotterdam, uit angst dat hij zich anders onderweg klem zuipt. Eind april is hij terug in Parijs. In augustus of september is hij terug in Parijs. Hij is niet alleen, want hij reist in gezelschap van een vrouw, Mme Fesser. Pisarro zou er later ook nog werken.

Monet zou met Jongkind in contact zijn gebracht door een Engelsman, die hem terwijl hij zat te werken hielp een koe op zijn plek te houden. We weten ook nog dat twee jaar later, op 2 oktober , Monet en Jongkind er een partij domino zullen spelen. Villers, Honfleur, Deauville, Trouville en Saint-Adresse zijn in deze periode allemaal plaatsen die toeristen beginnen te trekken, maar ook kunstenaars. Die vinden er immers een welgesteld publiek en hun onderwerpen. Tante Lecadre heeft inmiddels de schilder Auguste Toulmouche leren kennen, want die is getrouwd met een nichtje.

Toulmouche is dus een aangetrouwde neef van Monet. De uit Nantes afkomstige Toulmouche, traditioneel academisch schilder, leerling van Charles Gleyre , had net een tweede prijs gewonnen op de Salon en zodoende vond tante blijkbaar dat die een heel wat geschikter model voor Monet was dan dat stel excentrieke zwervers, Boudin en Jongkind. Toulmouche zal Monets correspondent worden, zijn geld beheren en Monets studie in de gaten houden. Monet vertrekt naar Parijs en meldt zich — wederom met wat stillevens — bij Toulmouche, die woonde aan rue Notre-Dame-des-Champs, dicht bij zijn deftige klandizie in Faubourg Saint-Germain.

Toulmouche zou positief geweest zijn over Monets werk, maar hem ook hebben geadviseerd atelierwerk te gaan doen, en wel bij Charles Gleyre, die nu eenmaal ook zijn eigen leermeester was geweest. Twee weken, zei hij zelf ooit tegen iemand.

Anderen menen dat hij pas in maart verscheen. Ik vermoed dat ze gelijk hebben. Gleyres opleiding had de reputatie de progressiefste van Parijs te zijn. De in oorsprong uit Chevilly, in het Zwitserse kanton Vaud afkomstige, maar francofiele schilder zou, aldus Wildenstein, lange tijd een heel wat slechtere pers krijgen dan hij verdiende.

Hij bracht vanaf vijf jaar door in Rome, waarna hij in dienst werd genomen door een Bostonse miljonair en globetrotter, John Lowell, om voor francs per maand in getekende en geschilderde vorm verslag te doen van diens reizen. Na drie jaar keerde hij ernstig verzwakt van zijn reis terug in Parijs, na verblijven in Egypte en Soedan.

In het vervolg zou hij altijd last hebben van gezondheids-problemen, ook van een verminderd gezichtsvermogen. Olieverf op linnen, 51 x 41 cm. Brown Price Fig. Toen collega-schilder Delaroche in hetzelfde jaar, na een schandaal over een duel, zijn atelier moest sluiten, gaf hij zijn leerlingen de keus uit drie andere docenten, Drolling, Picot of Gleyre. De eerste twee waren strikte academici. Zijn atelier was bij de jongeren al snel het populairst. Zijn aanpak was minder schools en hij liet zijn studenten zelf het atelier op orde houden.

Bij iemand als Scheffer, zo schrijft Hauptman, werden de studenten geacht op te staan als hij binnenkwam. Gleyre gaf wel thema's op, maar liet zijn studenten daarbij een grote mate van vrijheid. Hij nodigde studenten soms ook uit in zijn eigen atelier te komen, wat uitzonderlijk was.

Gleyre had zodoende de reputatie een bijzonder aimabele docent te zijn. Hij liet erg veel tekenen, maar gebruikte niet alleen klassieke modellen, maar ook bijvoorbeeld werk van David. Net als Fantin-Latours leermeester, Horace Lecoq de Boisbaudran, hechtte hij er aan zijn studenten ook uit het geheugen te laten werken, zonder model dus.

Hij liet tekenen naar het mannelijk en zelfs vrouwelijk naaktmodel, wat op de academie ondenkbaar zou zijn geweest. Want die waren dat meestentijds ook. Lesgeven op de Academie deed hij niet. Op realisme en romantiek was hij naar eigen zeggen niet gesteld, net zo min natuurlijk als op plein air.

Hij zou in mei plotseling sterven terwijl hij een tentoonstelling bezocht, waarvan de opbrengst bedoeld was voor de inwoners van Elzas-Lotharingen dat net was afgestaan na de Frans-Pruisische oorlog , wat ook al niet onsympathiek klinkt. En zo is het. Tussen mei en september werd in Orsay een aan Gleyre gewijde tentoonstelling gehouden: Le romantique repenti Brown Price En dat betekent zoiets als Romanticus met berouw.

Elders al toonde ik een tekening van Gleyre, Studie voor een bacchante. Illusions perdues] Avond, of:

Account Options